maandag 23 augustus 2010

Een welgemeende FUCK

Ik begin steeds meer te denken dat ik de enige renner ben die meer traint dan koerst. Het is ook effectief zo. Ik koers niet heel graag. Dat drummen, die tempoversnellingen. Ik mag er niet teveel aan denken. Maar na afloop van iedere wedstrijd ben ik wel tevreden. Het gaat telkens iets beter. De droom om ooit eens het zegegebaar te maken verplicht me om te blijven trappen.

En zonder gezever: vandaag was ik er heel kort bij. Echt waar. De benen waren goed. Het parcours in en rond, maar vooral in Lennik was een kolfje naar mijn hand: op en neer en veel rechte stukken. Niet dat dit criterium bovenaan het lijstje staat, helemaal niet, maar wanneer je de kans ziet moet je ze wel grijpen.

De regen heeft plaats gemaakt voor een warme zon en de wegen zijn gelukkig droog. We staan met 66 aan de start met mezelf op de tweede rij. De tactiek om een premie mee te graaien heb ik aan de inschrijving opgegeven. “Geen premies, alleen geldprijzen voor de eerste dertig in de uitslag”, klinkt het. Later in de wedstrijd zou ik eens goed vloeken, want meneer van de UCI had het helaas fout.

En… aanvallen maar! De start is gegeven en zoals gewoon schieten verschillende jongens meteen hun beste pijlen af. Niet ik. Ik bekijk alles van op de vierde rij en volg het peloton, dat keer op keer alle gaatjes dicht en aan een mak tempo de eerste drie ronden afwerkt.


De ronde daarop schiet ik naar voor. Ik plaats een versnelling en meet de schade. Iedereen volgt en iedereen blijft ook zitten. Ik heb het tempo in handen en geef er tussen de weide nog eens een geweldige snok aan. Alles zit op een lint, maar de afdaling richting finish brengt weer vorm in het peloton.

Ik koers attent mee en probeer tevergeefs nog enkele keren een vlucht op poten te zetten. Een maat voor niets, want ondanks dat het op en neer gaat lijkt een sprint onvermijdelijk. In de voorlaatste ronde waag ik nogmaals mijn kans, dat wederom op een sisser uitdraait. En plots begint het heel hard te regenen.


Een slechter moment was haast niet mogelijk. Terwijl het tempo met vijf tot tien kilometer per uur de hoogte in gaat moet er veiligheid worden ingebouwd. Niemand lijkt zich echter te storen aan de regendruppels, want de pogingen om weg te komen stapelen zich in een sneltempo op.

In de laatste ronde volgt er net voor een van de lastige bochten een nieuwe grote prik. Ik schuif mee en kies voor de binnenkant van de bocht. Maar goed ook, want de renner voor mij kiest pijnlijk voor het asfalt. Met veel moeite krijg ik de kloof dicht, waarna ook de rest van het pak weer komt aansluiten. Ik probeer de hartslag te laten zakken en draai als derde de bocht naar de weide op. Een nieuwe versnelling volgt, die echter niet veel meer voorstelt. Ik remonteer en ga op twee kilometer van de aankomst op zoek naar de bloemen.


Ik draai als eerste de laatste rechte lijn op. Meer dan een snelheid van 65 kilometer per uur zit helaas niet meer in de benen. Ik geef alles wat in me zit, maar voel het pak steeds meer naderen. Met nog 300 meter te gaan is mijn vlucht dan ook geschiedenis en bol ik uiteindelijk als 22e over de streep. Er volgt een welgemeende FUCK. De wedstrijd was dan wel 300 meter te lang, ik heb me geamuseerd.

0 reacties: