zondag 2 mei 2010

Vlaams Kampioenschap

Een te veel aan energie kruisen met gezonde zenuwen loopt niet goed af. De afgelopen nacht heb ik drie uur nog geweten. ‘Allez, Niels, slaap’, is de enige gedachte die het denken aan het Kampioenschap even kan verdringen. Gelukkig slaag ik er na een poosje toch in om naar droomland te vertrekken.

Het Kampioenschap van Vlaanderen voor Pers & Politici is mijn tweede kampioenschap in mijn recent gestarte wielercarrière. Het stelt niets voor, en tegelijk ook wel. Ik kijk uit naar deze wedstrijd, omdat de benen goed zijn en omdat ik voel dat ik mee zal doen voor de knikkers. Geen droom.

De zenuwen nemen toe tijdens mijn verkenningsronde in en rond Erwetegem. Een seingever stuurt me de verkeerde kant op en dat komt me duur te staan. Ik haal maar nipt de start na mijn eigenlijk te late inschrijving. Handschoenen heb ik niet bij, een tweede bidon evenmin. Hartslag 118. En we moeten nog vertrekken.

Langs de ene kant komt de verkenningsronde achter de wagen goed uit, langs de andere kant kriebelen de benen en wil ik al vertrekken. Ik rijd de eerste ronde goed vooraan, laat me even uitzakken en kies daarna weer mijn plaats. Wanneer de wagen ons laat gaan, is het een ronde lang à bloc, weet ik uit ervaring.

De hartslag gaat de hoogte in en voor het eerst meng ik me tussen de debatten. In de tweede ronde volgt dan ook mijn eerste aanval uit mijn carrière. Ik haal er geen helaas onderscheiding mee, de groep zit vast aan mijn wiel. Er volgen nog meer prikken, maar net als de anderen krijg ik geen meter cadeau.


Tussen de open vlaktes valt het wederom stil, waarna een zuchtende concurrent naast me komt fietsen. “Als ge vanachter zit, ist toch lastig zenne”, zegt hij, waarna ik omkijk en vaststel dat de groep kleiner is geworden. Geen seconde later volgt mijn nieuwe prik, in de hoop om nog meer mannen kwijt te spelen.

Uiteindelijk gaan we de finale tegemoet met zijn tienen. Het tempo gaat er een beetje uit, waarna ik me resoluut op kop zet en op de laatste helling richting finish nog eens demarreer onder het motto: laten we iets stom doen. Ik neem een meter of tien en plant neer. De rest komt terug.


Met mijn demarrage rol ik ongewild de rode loper uit voor twee andere renners, die geweldig doortrekken op het moment dat ik even moet passen. Er volgt ook een derde, een vierde en ook de vijfde gaat even te snel. Tegelijk krijg ik het koud door een lokale bui. Mijn achterstand is twintig meter. Twintig meter teveel.

Ik maak handgebaren naar de overgebleven renners, die stuk voor stuk nog blij zijn dat ze niet van hun fiets vallen. Het heeft geen zin. Met valse hoop probeer ik het tempo nog zo hoog mogelijk te leggen om straks de sprong alsnog te maken. Tevergeefs, want de winnaar zit vooraan.


Bij de laatste passage aan het klimmetje schud ik de rest nog van me af, om solo als zesde over de streep te komen. Er volgt een dikke shit, later overheerst een goed gevoel. Dat ik hier meedoe, is een overwinning op zich met mijn prestatie van twee jaar geleden. Goed drie ronden, en dan naar huis. Vandaag ben ik zesde, tweede in mijn leeftijdscategorie. Ik ben dik tevreden.

0 reacties: